Oprichting van het NDC
Doel en plaats in de samenleving van het NDC van vandaag laat zich het beste verklaren door een stukje geschiedenis. Het merendeel van het bestuur van de stichting bestaat uit vertegenwoordigers van die overheden, die min of meer regelmatig met beroepsduiken te maken hebben. De eerste aanzet echter voor wat nu het NDC is, werd gegeven door de voorganger van de brancheorganisatie de Nederlandse Associatie van Duikondernemingen (NADO), de vereniging voor Nederlandse Bergingsbedrijven.De ontwikkeling van het commerciële duiken in de 70er jaren, die gepaard ging met een verontrustende stijging van het aantal fatale duikongevallen, en de te verwachten groei in de 80er jaren, deed de noodzaak voelen van strenge keuringen en medische begeleiding van Nederlandse duikers. Hierin stond Nederland niet alleen, in alle landen rond de Noordzee werd deze noodzaak gevoeld: de European Diving Technology Committee -EDTC- werd opgericht, Noorwegen en Engeland kwamen met wetgeving, in Nederland werd bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan wetgeving gewerkt. Op dat moment was het Duikmedisch Centrum van de Koninklijke Marine het enige instituut in Nederland waar keuring van duikers plaatsvond, en waar in voorkomende gevallen duikerziekten konden worden behandeld. Het was dan ook de Minister van Defensie die werd benaderd, en op 6 maart 1981 werd de instellingsbeschikking van een werkgroep Stichting Nationaal Duikcentrum afgegeven. De werkgroep concludeerde in juni 1983 dat de oprichting van een stichting Nationaal Duikcentrum wenselijk was. De nadruk lag hierbij nog steeds op de medische begeleiding. Medio 86 werd de Programmacommissie opgeheven en de stichting officieel opgericht.
Het Nationaal Duikcentrum staat stil bij de tijd
Op vrijdag 2 april 1987 mochten 20 professionele duikers uit handen van de toenmalige voorzitter en medeoprichter van het Nationaal Duikcentrum (NDC), Koos Huijskens, als eerste hun diploma Beroepsduiken in ontvangst nemen. De destijds gevolgde opleiding voldeed aan de internationale strenge regels en voorschriften van de European Diving Technology Committee (EDTC, een door de EG ingestelde overkoepelende adviesgroep.In het IRO-Journaal van 10 april 1987 werd voor het eerst breed aangekondigd dat de duikindustrie en overheid al geruime tijd bezig waren met arbeidswetgeving voor beroepsduikers. Vooruitlopend op deze wetgeving werd vanaf januari 1988 een opleiding voor beroepsduikers in de offshore door Staatstoezicht op de Mijnen verplicht gesteld. Om te voorkomen dat Nederlandse jongeren naar het buitenland moesten voor een opleiding heeft diezelfde industrie en overheid, eerst in de Werkgroep Nationaal Duikcentrum en vanaf 1986 in de stichting Nationaal Duikcentrum, zorggedragen voor een opleiding in eigen land in de eigen taal.
De duikerschool van het Genie Opleidingscentrum in Hedel leverde al tientallen jaren ex-dienstplichtige duikers voor de duikindustrie en het was dus een logische beslissing om samenwerking te zoeken met deze school in plaats van de eerste optie, de Koninklijke Marine.
De duikerschool verzorgde een opleiding van vijf weken (onderbouw) en een opleiding van twaalf weken (onder- en bovenbouw). Voor ervaren duikers bestond tevens de mogelijkheid voor een vervolgopleiding in het mengselgasduiken te volgen bij het bedrijf VROS in Herkenbosch, een mijnschacht van de Beatrixmijn. Zij het slechts voor een korte periode. Door pech en omdat de industrie weinig toekomst zag in saturatieduiken kwam dit niet van de grond.
Vanaf 1988 waren vertegenwoordigers van de duikindustrie, de overheid en de beroepsduikers druk bezig binnen de Arboraad om te komen tot arbeidswetgeving. Op dat moment was onze overheid bezig met de ontwikkeling van Arbowetgeving zoals we dat nu kennen. Na enkele jaren een eigen Duikbesluit te hebben gehad werd dit besluit in 1994 opgenomen in de Arbowet. Sindsdien mag het NDC zich een door de minister aangewezen certificerende instelling noemen. In 2002 onderging de duikregelgeving wederom een aanpassing vanwege een overheidsbesluit op het gebied van uitbreiding van het te certificeren.
Nu, in 2008, 22 jaar later na de oprichting en 20 jaar na de eerste verplichting, 900 cursisten verder staan we wederom op een historisch moment voor de duikindustrie: de Defensieduikscholen (KL en KM) hebben een samenwerkingsovereenkomst getekend; door het aanbod van twee locaties kunnen burgers ook terecht voor opleidingen bij de Marine; het NDC ondergaat een metamorfose om te kunnen voldoen aan herziene wetgeving; saturatieduiken is actueel; en de EDTC heeft niet meer de status die het ooit had.
De terugtrekkende overheid zorgt voor een déjàvu-gevoel want wederom zijn de industrie, overheid en andere belanghebbenden druk in discussie om aan veranderende wetgeving invulling te geven. In ruim 20 jaar tijd is er veel veranderd en met name daar waar het allemaal om te doen is "het duiken is veiliger geworden". De déjà-vu's en de resultaten zijn het bewijs dat de tijd niet heeft stilgestaan.


